15 mei 2016

Mijn dappere elfje


Een foto uit de oude doos. Technisch gezien mankeert er van alles aan, maar ik vind 'm prachtig. Het straalt alles uit wat mijn meisje is: een lief, onzeker, gevoelig, eigenzinnig en prachtig elfje. Míjn elfje.

Op de dag van deze foto had meisje een verkleedfeestje op de dagopvang. Ze keek er al dagen naar uit. Op moment suprême werd het te spannend. Iets wat, zoals later zou blijken, vaker zou gaan gebeuren. Maar ze ging toch. Met haar elfenjurkje aan, vleugeltjes op de rug en stoere laarsjes aan. Mijn dappere elfje.


14 mei 2016

Kleine meisjes worden groot. Ook die van mij.

Mijn kleine meisje wordt groot. Zeven jaar volgende week. En ik ben niet zo'n moeder die haar kroost klein wil houden (want wat is het fijn dat ze nu zelf haar billen af kan vegen), maar zo vlak voor haar verjaardag word ik (ja, ik!) toch wat weemoedig. Want het cliché ís waar: het gaat verrekte snel.

Als de afgelopen zeven jaar al zo voorbijvlogen, dan zal dat de komende zeven jaar niet anders zijn. Wat dus betekent dat ik binnen een poep en een scheet een puber in huis heb. Met puistjes, hormonen, nog meer hormonen en pukkelige jongens die mijn huis binnensluipen.

Heb ik daar zin in? Nee. Nog niet. Dus geniet ik nog maar even van nu. En van deze foto, van een paar jaar geleden. Mijn mooie meisje, met haar broodkorst.

10 mei 2016

Kleine grote vriend in optima forma


Naar sommige foto's kan ik blijven kijken. Zoals deze, van m'n kleine grote vriend. Genomen toen hij net uit bed kwam. Haar nog in slaapstand, dus pluis, pluizer, pluist. Brilletje nog niet op, dus een loensend oog.


Kleine grote vriend in optima forma. Volmaakt op z'n eigen manier. Mijn man.

26 apr. 2016

April doet niet wat ik wil

Waky waky. Gordijnen open. Surprise! Een wit laagje op de grond. Buiten dus. Niet binnen (als er binnen een wit laagje zou liggen, wat zou dat dan zijn? Zomaar een vraag die oppopt in mijn hoofd). Ik roep huisgenoten: 'kijk toch!' Kinderen opgetogen, wij wat minder. Met een dikke sjaal om de deur uit. Hagelsteentjes in m’n nek (sjaal niet goed omgedaan), die langzaam hun weg over mijn rug naar beneden vinden. Koude tenen in m’n AllStars (had ik dan toch die gevoerde aan moeten trekken?). Mensen met winterjassen en handschoenen aan op ’t perron.
Het lijkt januari. Het is eind april. Bijna mei.

 April doet wat ‘ie wil.
 April doet niet wat ík wil.


23 apr. 2016

Want het einde is gekomen

Wil ik wel, wil ik niet
Had ik maar, toen die keer
Rusteloos, vol verdriet
Het spijt me zo, ik kan niet meer

De dag breekt aan, genadeloos
Ik wil niet, weet je, maar ik moet
Stilte volgt, je bent niet boos
Verdriet en leegte, maar het is goed

Toch?


22 apr. 2016

Voor mijn kleine grote prins


Kleine grote vriend is over een poosje jarig.

Met een krijtje en Photoshop heb ik vast de uitnodiging in elkaar geknutseld. Voor z'n partijtje.

Of nee: z'n stoere jongensfeest...



19 apr. 2016

Welkom bij de koffieclub

Ik ben geen koffiedrinker. Niet lekker. Te bitter. Ik hoorde dus ook nooit bij die mensen die zweren bij hun ochtendkoffie. Die passievol vertellen over hun espressomachine. En discussiëren over Starbucks: wel of niet lekker? Stiekem vond ik dat jammer. Mensen die van koffie houden leken mij altijd een stukje gelukkiger dan de eeuwige theedrinkers. Passievoller. Wilder. Sexier.

Maar hoe ik ’t ook probeerde: mijn smaakpupillen wilden het zwarte goud maar niet accepteren. En toen ontdekte ik de Latte Macchiato. De sensatie! Heerlijk romig en zacht, lekker melkerig. En het vleugje koffie houdt zich gedeisd op de achtergrond, slechts vagelijk aanwezig. Maar hé; het zit er wel in. Feit. Dus nu hoor ik er ook bij: het koffieclubje. Een beetje dan. Ik doe ’t ervoor.



29 dec. 2015

Treinperikelen

Beste medereiziger/NS-lotgenoot,

Ergens voel ik een diepe verbintenis met jou. Want jij, vrouw op het sprinterbankje tegenover mij, hebt hier vast ook niet vrijwillig voor gekozen. Voor die ergernis van op een tochtig station wachten op een vertraagde trein. Voor de overvolle sprinter waar je je in moest persen. Voor het uitgekauwde mintgroene kauwgompje waar je op ging zitten en dat nu aan je derrière kleeft. Voor mijn knieën die aan de jouwe lijken te zijn vastgegroeid. En voor het uitpuilende prullenbakje dat z’n inhoud over je schenen probeert te dumpen.

Maar, vrouw op het sprinterbankje tegenover mij, dat geeft je geen vrijbrief om hier je nagels te knippen, je make-up bij te werken, je wenkbrauwen te plukken en je tanden te flossen. We zitten hier niet in jouw badkamer, we zitten in de trein. Een meurende, volle en vertraagde sprinter, welteverstaan. En jouw badkamerrituelen maken het er niet leuker op.

Dankjewel, beste medereiziger/NS-lotgenoot.

23 dec. 2015

Nee, bedankt, ik hoef jouw sticker niet.

Net aan de deur: een verkoper die anti-verkoopstickers verkoopt.

Het zal wel aan mij liggen.

11 dec. 2015

Briefje aan de NS

Lieve NS,

Vraagje: welke hippe marketingmedewerker bedacht op een ochtend: ‘Zeg, als we ’Uw trein heeft 10 minuten vertraging’ nu eens veranderen in: ‘Uw trein vertrekt over ongeveer 10 minuten’? Dat bekt lekker en klinkt zo positief.’

Nou, lieve Medewerker van de Maand, dank je de Koekoek! Want nee, het wachten wordt er daarmee écht niet leuker op. Sterker nog; ik ir-ri-teer mij eraan. Wees gewoon lekker Hollands en direct en heb de ballen om te zeggen waar het op staat. Namelijk dat jullie er wederom niet in geslaagd zijn om de trein op tijd te laten vertrekken. Wel zo duidelijk. En eerlijk.

Groet van een frequent geïrriteerde NS-reiziger


16 nov. 2015

Oermoeders

Voordat ik word beschuldigd van ontaard moederschap, eerst dit: ik ben dol op mijn kinderen, houd zielsveel van ze. Ze hebben mijn leven verrijkt op een manier waar ik vroeger geen weet van had en kan niet meer zonder ze. Zonder een nanoseconde te twijfelen zou ik alles voor ze opgeven.

Maar… ik ben geen oermoeder. Bij lange na niet. Maar omdat ik het fenomeen wel buitengewoon fascinerend vind, sta ik er graag even bij stil. Want wat is de definitie ervan? Welnu, de míjne (en volgens mij staat het ook zo in de Dikke van Dale. En als dat niet zo is, dan zou dat wel moeten) is als volgt. Een oermoeder is, met enige nuance, het type dat:

- zodra ze haar kind heeft uitgepoept, haar lange lokken inruilt voor een pittige, en vooral praktische korte coupe, haar mascara in de prullenbak werpt, en ook meteen maar een berg van die handige driekwartbroeken, kekke tuniekjes en comfy fleecevesten inslaat. Want dat is praktisch én je kunt er eindeloos mee variëren;
- drie jaar lang borstvoeding geeft;
- geen plastic luiers koopt, maar katoenen;
- altijd zakdoekjes, toetenvegers en verantwoorde tussendoortjes bij zich draagt;
- haar kinderen elke avond een macrobiotische maaltijd voorschotelt;
- zonder een klein zuchtje haar vierkoppige, dreinende kroost op zaterdagmiddag meeneemt voor een rondje biologische bakker, slager en supermarkt;
- altijd vooraan staat wanneer school hulp vraagt voor luizenpluizen en spelletjesmiddagen;
- andere ouders ongevraagd (en ongewenst, wil ik er graag aan toevoegen) voorziet van haar opvoedkundige adviezen;
- zelden haar geduld verliest;
- neuriet wanneer ze strijkt.

En dan kom ik. Géén oermoeder, maar oermoe (bestaat dat woord?). Van elke dag om half zeven opstaan, tig keer per dag kruimels vegen, de grote berg was die alleen maar groeit, kleiresten van de grond krabben, billen vegen, bezoekjes aan huis-, tand-, KNO- en consultatiebureau-artsen en boterhammen smeren.

Dus ja; ik wil wél tijd voor mezelf, verlies soms mijn geduld, doe liever in m’n eentje boodschappen, neem soms om half 4 al een wijntje, laat de kinderen langer dan een half uur tv kijken, kan niet koken, strijk niet (laat staan dat ik erbij neurie) en laat ze bij gebrek aan een zakdoek hun neus aan hun mouwen afvegen.

Wat ik hiermee wil zeggen? Hulde aan de oermoeder. Maar óók aan alle andere moeders. Moeders zoals ik. Want ook al doe ik niet alles perfect; ik doe het op mijn manier. En ik geniet van het leven; meestal mét en soms ook even zonder kinderen. De kinderen zijn gelukkig en ik ook. En dat lijkt mij een prima resultaat!


4 nov. 2015

Water bij de wijn

Gehoord in de trein:

'Dus ik zei tegen hem, ik zeg: 'Jos, het is geven en nemen. Soms moet je gewoon een beetje wijn in je water doen.'

1 nov. 2015

Het zondagochtendgevoel

Laten we voorop stellen dat ik tegenwoordig een respectabele en fatsoenlijke dertigplusmoeder uit een Utrechtse nieuwbouwwijk ben. Ik geef de kinderen hun boterham, betaal de rekeningen semi-op-tijd, heb meestal de was aardig op orde en speel zo nu en dan luizen- of knutselmoeder op school. Best netjes.

Maar vroeger… Oh, vroeger!

Ik kom uit een dorp. Uitgaan kan daar niet, dus wat we vaak deden; hangen in het plaatselijke snookercafé. Gezellig was het daar. TL-verlichting aan, dikbuikige veertigplussers aan de bar en een toilet waar de urinelucht je vol enthousiasme kwam begroeten: ‘Ben je er weer? Gezellig, ga lekker zitten!’ Maar soms gingen we met de bus naar een dorp verder. Het ‘grote’ dorp. Een stad, bijna! En dat was feest. Een extra klontje mascara op, glittertjes op de oogleden, laarzen met plateauzolen aan en daar gingen we. Dansen! En drinken. Eerst een biertje en daarna kwam het zwaardere geschut. Blue Curacao of een Bacardi Cola ('Doe maar een bakootje.'). En als klapper op de beschonken vuurpijl: tequila! Hoe moest het ook alweer? Zout, citroen, tequila? Citroen, tequila, zout? Ach, wat maakte het ook uit. Als we maar lol hadden. En die hadden we! Flirten met pukkelige jongens, beetje zoenen, stiekem een sigaretje roken. Een mooie tijd.

Maar dan die volgende ochtend. Als ik zeg ‘zondagochtendgevoel’, weet je dan wat ik bedoel? Het is dat moment waarop je net wakker wordt. Na een avondje doorhalen. Dus zo rond het middaguur. Beetje wazig nog, moe ook. Maar wat heb je lekker geslapen. Je doet nog even je ogen dicht en dommelt bijna weer in, tot het doordringt: 'Wat. Heb. Ik. Gister. Gedaan?!' En bam: je zit rechtop in bed, het zweet breekt je uit. Je hart begint te bonzen. ‘Ik was dronken. Heel dronken. Nee. Oh. Nee.’ Flarden van de avond dringen je sponzige brein binnen:

- Je ‘wat ben je mooi stevig’ uitspraak tegen de uitsmijter. (Neeee…!)
- Dat je ‘ik vind je lief’ zei tegen die vage kennis van de sportschool. (Waarom?)
- Hoe je twee biertjes haalde en de leuke barkeeper daar 21 (!) gulden fooi voor gaf. (Dus daarom keek ‘ie je zo gek aan)
- Hoe je die vage kennis over z’n hoofd aaide. (Opnieuw: waarom?)
- Hoe je op de wc de haren van dat onbekende meisje vasthield terwijl je bemoedigend bleef zeggen: ‘goed zo, gooi het er maar uit!’. (Of was jíj dat onbekende meisje? En wie hield dan je haren vast?)
- De heftige, passievolle discussie die je met de nachtbuschauffeur voerde over de ware betekenis van het leven. (Wie konden dat horen?)

Schaam. Oh, schaamte der schaamtes. Nou ja, het zondagochtendgevoel dus.